Bezoekverslag Hans Buijze en Luka Driessen aan de Ashram januari 2018

In januari van dit jaar waren Luka Driessen (17 jaar) en Hans Buijze (66 jaar) in de ashram. Hans was daar voor de vierde keer en Luka voor het eerst. Hans is vorig jaar heeft ook twee jaar geleden met de docenten gewerkt. Luka en Hans verbleven in het gastenverblijf in Alamelapuram, ze aten in het huis van de staf en gingen naar school in de school van de Ashram waarop ook kinderen uit de dorpen in de buurt zitten.

Dagelijks Leven
Iedereen is gezond en wanneer je op een cottage bent (en Luka was daar heel vaak als leeftijdgenoot van de oudste meisjes) heerst daar een goede sfeer. Men helpt elkaar, er wordt niet geruzied, er wordt veel gestudeerd en daarnaast gedanst, gelachen en gefeest.

Veel meisjes van de oudste groepen zijn bezig met de toekomst: een vervolgstudie of trouwen. En wie bepaalt dat dan? De familie of zijzelf?

Een niet geringe opdracht in een snel veranderende maatschappij.

Ik heb de indruk (het wordt allemaal niet zo openlijk besproken) dat de meisjes er nog voor het merendeel vanuit gaan dat hun huwelijk gearrangeerd zal zijn. En ze maken zich zorgen over hoe en wanneer en vooral de bruidsschat.

Luka verblijft veel op de cottage: het leven daar wordt vooral bepaald door school. En wanneer er geen school is, is het er ook een beetje saai.

Zoals Luka aangeeft: ‘ze maken niet veel mee. Op de ashram wonen is toch heel iets anders dan met mijn vriendinnen de stad in, winkelen, lekker koffie ergens gaan drinken,…..

Nieuwe leiding
Ramya (een jonge vrouw en moeder van 31 jaar en al als baby als wees in de Ashram) heeft sinds de dood van Krishnan de leiding van de Ashram. Ook Ranzjani (ook wees) is terug om te helpen in de leiding. Ze zijn nog erg zoekend: ‘vroeger waren we allemaal uitvoerders van wat Krishnan bedacht, nu moeten we het zelf doen’. Van echt nieuw beleid is nog niet veel te merken, men houdt vast aan oude en vertrouwde manieren van denken.

Maar de omgeving verandert wel: de overheid erkent de instelling nu en verbindt daar ook geld aan en een gigantische verantwoordingsplicht. Per kind krijgt de instelling een bepaald bedrag waarmee een gedeelte van de salarissen betaald kan worden van de mensen die er werken. Het is weliswaar nog lang niet genoeg maar de Ashram is niet meer totaal afhankelijk van sponsoren. Mede om die reden wordt ervoor gekozen meer kinderen toe te laten. Als criterium geldt nog altijd dat kinderen wees moeten zijn of uit een eenoudergezin moeten komen.

Wat ook verandert is de hogere leeftijd waarop de kinderen naar de ashram komen. Dat is niet altijd eenvoudig: het kost meer moeite kinderen op oudere leeftijd zich in te laten passen in het stramien van de ashram en de aansluiting met school is lastiger. Veel kinderen (met name straatkinderen) hebben nog helemaal geen onderwijs genoten als ze komen.

Ook nieuw is dat de vestiging in Kanyakumari alleen kinderen op mag nemen uit die stad.

En over die verantwoording: je kunt het zo gek niet bedenken of het moet opgeschreven worden: de maaltijden, de hoeveelheid rijst, de aanwezigheid van het personeel, alle uitgaven maar ook de per twee maanden te evalueren behandelplannen van de kinderen.

Financiën 
De financiële situatie van de Ashram is naar onze maatstaven nog steeds erg wankel. Er is totaal geen buffer voor bijzondere uitgaven en wanneer de inkomsten even verlaat zijn (bv. bij het innen van het schoolgeld van de leerlingen die van buiten de ashram komen) wordt gelijk de noodklok geluid en worden bijvoorbeeld de salarissen van de docenten niet uitbetaald. En die salarissen zijn al zo laag! Men is en blijft afhankelijk van buitenlandse sponsoren en ook daar is soms wat aan de hand: nieuw beleid, nieuwe mensen andere wensen. Maar men blijft optimistisch en gaat vol vertrouwen de toekomst in.

Werk op school
Luka en ik zijn vooral op school bezig geweest. Luka als een soort onderwijsassistent en ik als een soort lerarenopleider.

Doordat de salarissen zo laag zijn is er een groot verloop van mensen die er werken. Veel beginnende docenten, die soms met knikkende knieën en bij voorbaat boze gezichten een klas binnenkomen om daar op de manier zoals ze het zelf altijd ervaren hebben les te geven: streng, over de hoofden van de kinderen heen, gericht op reproductie. Je hoort het wanneer je langs de school loopt: overal groepen die ‘dreunen’: hardop stof nazeggen, herhalen, nog eens en nog eens.

Aanpak docenten
Wat ik doe is proberen vertrouwen te winnen bij de docenten, duidelijk te maken dat ik er ben om hen te helpen en ondertussen ook proberen hen duidelijk te maken dat ze door op deze manier te werken leerlingen kweken die weinig echt begrip krijgen van de stof en die zich ook niet al te aardig gaan gedragen. En dus oefenen met een andere manier van lesgeven. Een problematiek trouwens waar men langzaam maar zeker in heel India van bewust lijkt te worden.

En lukt dat dan in een maand: soms wel en soms niet. Maar voldoende om alweer plannen te maken voor de volgende keer

Fascinerende ervaringen
En heb je ook nog echt leuke dingen meegemaakt? Ja, heel veel zelfs.
Het is een voorrecht daar te mogen werken, het is vreugdevol docenten en leerlingen in deze situatie te mogen helpen. En daarnaast is zo’n echte inkijk in een stukje van de Indiase samenleving razend interessant.

Je krijgt te maken met het dagelijks leven (het functioneren van de gezondheidszorg, de soms heel ingewikkelde manieren waarop dingen geregeld zijn, de rangen en standen, de corruptie en heel concreet met het supergevaarlijke verkeer, de andere natuur (in konvooi rijden om een kudde olifanten), de smerigheid die mensen achter laten en waarop in India nog niet zoveel beleid gevoerd wordt, de hygiënische omstandigheden, de vele tempels, de devotie van de mensen in die tempels, de talloze feesten en last but not least de immer opgewekte Indische mensen en de honderden prachtige vogelsoorten.